Spreekbeurt Waterpolo

 

 

 

 

 

Barry Ridderhof

 

Groep 7, De Oostwijzer

 

10 januari 2005

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

1. Inleiding

 

Ik speel bij WVZ (Water Vrienden Zoetermeer) waterpolo en zit in het pupillen C team. Tot nu toe hebben we bijna alle wedstrijden gewonnen en er bestaat een kans dat we kampioen worden.

 

Ik wil jullie graag iets meer vertellen over mijn sport, waterpolo, en dit zijn de onderwerpen:

 

1. wat is waterpolo

2. geschiedenis

3. het miniwaterpolo

4. de training

5. wat heb je nodig om een wedstrijd te kunnen

    spelen?

6. de spelregels

7. einde/vragen???

 

1. Het waterpolo

 

Polo betekent balspel, waterpolo is dus een balspel in het water. Waterpolo kan je het beste vergelijken met handbal maar dan in het water. Net zoals bij handbal is het de bedoeling dat je met de bal in het doel van de tegenpartij gooit. De waterpolospelers zijn voor de scheidsrechter langs de kant en het publiek dat komt kijken herkenbaar aan het waterpolocapje wat ze op hun hoofd hebben. (LATEN ZIEN).

Wanneer je een thuiswedstrijd speelt heb je een wit capje op, als je uit speelt een blauwe. De keepers hebben een rood capje op. Op elk capje staat een nummer en zitten er twee oorbeschermers en soms een stootrand aan.

 

 

 

2. Geschiedenis

Het waterpolo wordt in Nederland al heel lang gespeeld, de eerste competitie was in 1901. De vrouwen hadden een soort hoofddoekje met een nummer. De mannen een soort pet zonder klep met een nummer. De ballen waarmee werd gespeeld waren gemaakt van leer. De leren ballen werden in het water erg zwaar en je had weinig grip. Daarom worden ze tegenwoordig gemaakt van kunststof.

 

3. Het Miniwaterpolo

Kinderen die hun A en B diploma hebben en minstens 6 jaar oud zijn kunnen al meedoen met het miniwaterpolo. In het diepe bad spelen de minipupillen van 8 en 9 jaar. De doelen zijn 120 cm breed en 90 cm hoog.

De grootte van het team is ook anders dan bij waterpolo, ze spelen maar met vier spelers en een keeper. Ook gelden er andere spelregels voor de kinderen om het spelletje waterpolo wat makkelijker te maken. Kinderen die 8 of 9 jaar zijn en het spelletje al aardig kunnen spelen gaan naar de pupillen. Bij de pupillen ga je competitie spelen en heb je bijna elke week een wedstrijd. Ook hier zijn nog een paar dingen anders dan bij de groten. Het veld is 15m breed en 20m lang, bij de groten 15m breed en 25m lang. Het doel is 2m breed en 90cm hoog, bij de groten 3m breed en 90cm hoog. Er wordt nog steeds 5 tegen 5 gespeeld met een miniwaterpolobal en de wedstrijd wordt geleid door een spelbegeleider.

Een spelbegeleider fluit net als een scheidsrechter maar legt ook dingen uit tijdens de wedstrijd. Bij de groten wordt er 7 tegen 7 gespeeld met een dames of herenbal.

4. De training

Ik train op dinsdag van kwart over 7 tot 8 uur en op woensdag van half 6 tot half 7.

Voor elke training moet je je spieren losmaken om te voorkomen dat je blessures krijgt. Dit noem je de warming-up. andere dingen dan bijvoorbeeld de heren. Een aantal basistechnieken die je heel goed moet leren zijn: Het vasthouden van de bal. Waterpolo borst crawl zonder bal Waterpolo borst crawl met bal.

Heb je zin om eens te komen kijken of gezellig mee te doen??? Dat kan!

 

5. Wat heb je nodig om een wedstrijd te kunnen spelen?

Om een wedstrijd te kunnen spelen heb je verschillende dingen nodig. Natuurlijk twee teams waarvan de spelers allemaal een cap op hebben. De doelen en de lijnen, een waterpolobal, een scheidsrechter of spelbegeleider maar ook twee en bij de grotere drie mensen aan de jury-tafel. We noemen degene die de klok stil zet bij een overtreding of een doelpunt de tijdwaarnemer. Bij de groten geldt dat een aanval niet langer dan 35 seconde mag duren, daarvoor zit er dan een derde man: de 35-seconde tijdwaarnemer.

 

Aan de rand van het zwembad moeten aan beide kanten pionnen worden neergezet om de 2m lijn, de 4m lijn, de 7m lijn en het midden van het bad aan te geven.

Deze aanduidingen worden namelijk gebruikt voor bepaalde spelregels. Zo moet je een strafworp nemen vanaf de 4m lijn en mag je als aanvaller zonder bal niet binnen de 2m lijn zwemmen. Dit is zeg maar net zoiets als buitenspel met voetbal.

6. De spelregels

Voordat de wedstrijd begint worden de nagels van de spelers door de spelbegeleider gecontroleerd. Dat is om krabbels en andere verwondingen te voorkomen. Bij het begin van de wedstrijd en elke volgende periode liggen de teams klaar, ieder bij hun eigen doel, tegenover elkaar in het water. De spelbegeleider staat langs de kant precies in het midden. Als de spelbegeleider fluit gooit hij de bal in het midden en zal de snelste speler de bal pakken.

De pupillen spelen 4 perioden van 3 minuten zuivere speeltijd. Dat betekent dat als de spelbegeleider fluit de tijdwaarnemer de klok stil zet. Tussen elke periode heb je 2 minuten rust. De coach kan de spelers dan dingen vertellen die ze wel of niet moeten doen. Alles bij elkaar duurt de wedstrijd ongeveer 30 minuten. Natuurlijk zijn er nog veel meer spelregels. Zo mag je de bal niet met twee handen vangen en mag je de bal niet wegstompen of onder water duwen. Als de wedstrijd is afgelopen ga je de spelbegeleider bedanken voor het fluiten.

Heb je zin om eens bij een wedstrijd te komen kijken? Zondag 30 januari om 14.00 uur speel ik een thuiswedstrijd in De Veur, jullie zijn uitgenodigd.

 

7. Einde / vragen?

Dit was mijn spreekbeurt over waterpolo.

Deze spreekbeurt is na te lezen op mijn webpagina http://barry.nieuwlandstraat.nl

 

Zijn er nog vragen?